M.I. (Meervoudige Intelligentie)
Sinds het schooljaar 2006-2007 werken wij bij het vakgebied "Oriëntatie op mens en wereld" (aardrijkskunde, geschiedenis, natuur, burgerschap, enz.) volgens de methodiek van Meervoudige Intelligentie (MI). Dat maakt onze school bijzonder.
Wat kenmerkt MI op de Nieuwe Wisselse School?
Je kunt op veel manieren intelligent zijn. Een school spreekt vooral de logisch matematische en verbale intelligentie van kinderen aan. Anders gezegd: leren door rekenen, taal en lezen. Goed kunnen rekenen, taal en lezen is maar een klein deel van wat je eigenlijk kan.
Je kunt zoveel meer!
Het gaat er dus niet om hoe intelligént je bent, maar hóé je intelligent bent!
Bij MI gaan we uit van de volgende 8 intelligenties:
Taalkind: leren door taal, woordgrappen, lezen en schrijven
Rekenkind: leren door regelen, bestuderen en verbanden leggen
Muziekkind: leren door muziek, ritme en rijm
Doekind: leren door voelen en bewegen
Samenkind: leren door zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven
Ikkind: leren door eigen gevoelens, dromen, alleen zijn, fantasieën
Natuurkind: leren door rubiceren, oog voor detail, natuur
Kijkkind: denken in beelden en leren door zien
Waarom werken wij volgens MI?
"Mensen zijn nieuwsgierig en leergierig, willen zich sociaal binden, kennis vergaren en vaardigheden aanleren. Ieder mens heeft drie basisbehoeften: relatie, competentie en autonomie.
1. Relatie (omgang)
De MI-kaarten nodigen kinderen uit tot samenwerken. Tijdens het werken met MI krijgt ieder kind binnen eenzelfde thema de gelegenheid om te laten zien wat hij of zij kan. Dit leidt tot wederzijds respect. Het gezamenlijk vieren (presenteren) van de verschillende resultaten binnen het thema zal leiden tot sterkere onderlinge relaties en zal de sociale vaardigheden vergroten.
2. Competentie (iets goed kunnen)
Bij het werken met MI, het aansluiten bij de verschillende manieren van leren van ieder individueel kind, wordt ieders werk gezien en gewaardeerd. Of het nu gaat om een gebouwd Vikingschip, een zelfgemaakt oertijdlied of een bladzijde uit het dagboek van Napoleon: het één vult het ander aan en samen leren we van en met elkaar.
Ieder krijgt de belangstelling die hij of zij verdient. Dat geeft een competent gevoel (ik kan het), vergroot de motivatie en maakt kinderen (en leerkrachten) betrokken bij hun leren.
Je mag trots zijn op wat je hebt gepresteerd.
3. Autonomie (zelfstandigheid)
Bij MI mag het kind kiezen. Welke kaart zal ik kiezen? Welke klus ga ik klaren? Behalve dat het motiveert om te mogen kiezen wat het best bij het kind past, leert het kind verantwoordelijkheid te dragen voor de gekozen taak.
Het kind leert plannen, hoeveel tijd heb ik nog? Wanneer is de eindpresentatie? Is mijn werk klaar? Is het goed genoeg voor de presentatie?
Wanneer werken wij volgens MI?
In de kleutergroep en groep 3 wordt dagelijks volgens MI gewerkt; gekoppeld aan de methodiek Piramide*. De kleuters werken in een jaar aan 12 thema's en de kinderen van groep 3 aan 8 thema's.
De kinderen van groep 4 t/m 8 werken volgens MI aan 6 thema's uit het vakgebied "Oriëntatie op mens en wereld". Alle groepen samen werken aan 2 schoolbrede thema's.
* Piramide is een methode voor alle kinderen, maar bijzonder geschikt voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Met een combinatie van spelen, werken en leren worden drie- tot zesjarigen gestimuleerd in hun ontwikkeling. Het programma richt zich op acht gebieden die een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van een kind, uiteenlopend van denk- en taalontwikkeling tot creatieve en persoonlijkheidsontwikkeling. De Piramidemethode start op de peuterspeelzaal en loopt door tot in groep 3 van de basisschool.
Wat willen wij met MI bij de leerlingen bereiken?
-Voorbereiden op een samenleving waarin ze zelfstandig en samen kunnen werken en leven;
-Respectvoller met elkaar laten omgaan;
-Meer zelfvertrouwen laten ontwikkelen;
-Op verschillende manier laten leren;
-Bewust maken van hun talenten en die van anderen;
-Hun sterke kanten laten benutten;
-Meer geconcentreerder en bewuster laten leren;
-Stimuleren tot interactie met leerlingen.
De praktijk....
De groepen 1 t/m 3 werken aan een thema, waarbij voor alle 8 intelligenties een activiteit en doel worden opgenomen.
-De leerlingen starten met een zelf gekozen intelligentie van de strippenkaart (dat heet in MI: matchen); de juf houdt dit bij om te kunnen signaleren welke intelligentie de leerling vaak kiest.
-Later worden die intelligenties uitgevoerd die minder door de leerling worden gekozen (dat heet in MI: stretchen).
-Het thema wordt afgesloten met verschillende vormen van presenteren (dat heet in MI: vieren): een liedje, een dansje, vertellen wat je hebt gemaakt, informatie geven bij een tekening, enz.
De groepen 4 t/m 8 werken 6 keer per jaar een thema (project). Dat thema wordt op niveau uitgewerkt. De leerlingen werken van MI-kaarten. In de lestijd voor "Oriëntatie op jezelf en de wereld" worden de opdrachten op deze kaarten uitgevoerd. Een thema (project) wordt met een presentatie voor de ouders en andere belangstellenden afgesloten.
Iedere week werken de leerlingen in deze groepen aan projecten die voor die groep gelden. Deze zijn in het lesprogramma opgenomen en staan op de takenbrief (een takenbrief geeft per dag een overzicht van de werkzaamheden die de leerlingen moeten uitvoeren).
De meeste kinderen zijn erg enthousiast over deze werkwijze.
Voor de juffen een uitdaging om de leerlingen meer betrokken te laten zijn bij hetgeen zij moeten leren, want....
leren uit betrokkenheid is een succesfactor!
Loop gerust eens binnen om te ervaren hoe de school in de praktijk werkt.